Tijdens een landelijke inspiratiedag voor voorgangers, bestuurders en commissie- en werkgroepleden stond de missie van BCC Nederland centraal. De bedoeling van de dag was dat iedereen zich nog bewuster is van het doel waaraan we samen werken, zodat dat ons drijft bij alles wat we doen.
“Onze missie is het uitdragen van de Bijbelse boodschap en mensen helpen daarnaar te leven. Zo bouwen we mee aan het lichaam van Christus op aarde, waarin ieder lid door heiligmaking groeit. Wij doen dit in de verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.”
Gebaseerd op onder andere Mattheüs 28:19-20, Efeziërs 4:16 en Efeziërs 1:9-10.

Nationaal voorganger Jan-Hein Staal maakte deze dag een begin. Het lag hem op zijn hart dat iedereen – allereerst de aanwezigen, maar in het verlengde daarvan alle gemeenteleden – goed begrijpt wat ons doel is en waarom we doen wat we doen. Zodat we daaraan meewerken met visie en gedrevenheid, allereerst in ons persoonlijke leven en dat we van daaruit ook onze plek in het gemeenteleven innemen. En dan maakt het niet uit of je voorganger, bestuurder of werkgroeplid bent, of een vrijwilliger in het jeugdwerk – wie zich laat leiden door de Geest bouwt op zijn plek mee aan het lichaam van Christus.
Twee kolommen die samenwerken
“Ik denk aan twee kolommen,” legde Jan-Hein uit. Het is een beeld dat hij vaker aanhaalt, net als het beeld van twee paarden die samen een kar trekken. Deze twee kolommen – of twee “zuilen” – zijn ook in de structuur van het kerkgenootschap duidelijk te onderscheiden:
- De oudsten: de geestelijke leiding, onder wie de voorgangers, die verantwoordelijk zijn voor alle pastorale en geestelijke zaken.
- De ledenvergadering, met het bestuur als uitvoerend orgaan: zij zijn verantwoordelijk voor alle bestuurlijke, organisatorische en financiële zaken.
“En deze twee kolommen kunnen niet zonder elkaar,” benadrukte Jan-Hein. Hij verwees naar een gebeurtenis uit Handelingen 6, in de begintijd van de eerste gemeente. De gemeente groeide sterk en kwam vaak bij elkaar, maar bij het bedienen van de tafels ontstond er gemor omdat het niet goed verliep. De apostelen zeiden:
“Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen. Zie daarom uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van wie men een goed getuigenis geeft, vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen. Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord.”
– Handelingen 6:2-4.
Beide was dus nodig: het verkondigen van het Woord van God, en het bedienen van de tafels. En voor beide taken was het nodig dat dit werd gedaan door mensen vol van de Heilige Geest en wijsheid. Als de tafels in goede orde werden bediend, kon ook de bediening van het Woord goed tot zijn recht komen.
En zo ziet Jan-Hein het ook nu voor zich:
“Het geheel gaat functioneren als degenen die de herderlijke verantwoordelijkheid hebben hebben, weten dat de organisatie met haar bestuurlijke en ondersteunende taken in goede handen is. En dat de degenen die zich inzetten voor die bestuurlijke en ondersteunende taken zich veilig weten en gesteund voelen door degenen met herderlijke verantwoordelijkheid. Wat is het belangrijk dat we voor onze taak in brand staan, dat we voor elkaar bidden en elkaar ondersteunen!”

Liefde als drijfkracht
Als christelijke gemeente nemen wij onze plek in de samenleving in. We zijn dankbaar voor de vrijheid die wij hebben in ons land om als christen te mogen leven en aan onze missie te mogen werken. De liefde drijft ons. De Bijbelse boodschap geeft mensen immers hoop en geloof, en verandert levens. Wij werken met verwachting, en zien naar een nieuwe hemel en nieuwe aarde, die vol zullen zijn van gerechtigheid. Dat is waar de schepping op wacht!
Samenwerken met anderen
Tegelijk merken we dat het niet vanzelfsprekend is dat er ruimte is in ons land om christelijke overtuigingen uit te mogen dragen.
“Hierin staan we niet alleen,” zegt Jan-Hein. “Dit raakt christenen in het algemeen: van de christelijke politieke partijen tot kerken en andere christelijke organisaties. Dat blijkt wel uit de maatschappelijke discussies bijvoorbeeld over de vrijheid van onderwijs.” Samenwerken met andere christelijke organisaties voor het behouden van ruimte om naar ons christelijke profiel te kunnen leven, is daarom voor ons een belangrijk speerpunt. Jan-Hein: “Wij hebben er vertrouwen in dat in een gezonde en volwassen democratie de grondrechten om vanuit het christelijke geloof te kunnen leven gewaarborgd zijn. ”
Strategische doelen
De dag was ook een dag van dankbaarheid. Dankbaarheid voor de inzet van zoveel vrijwilligers, en de goede stappen die zijn gezet op praktisch en organisatorisch gebied. Tegelijk hebben de besturen nog veel ambities hoe ze de komende periode verder kunnen werken op de verschillende beleidsterreinen. Die strategische doelen zijn beschreven in meerjarenbeleidsplannen en een activiteitenplan per gemeente, die de besturen voorleggen aan de leden.
Het enthousiasme om bij te dragen was goed te merken toen later op de middag de deelnemers hun hart kort konden luchten bij de microfoon. Verschillenden spraken hun dankbaarheid uit voor al het werk wat er gebeurt en hun verlangen om zich op hun plek in te zetten voor de missie.

